|
Jongens ondergaan tussen 11 en 15 jaar door een toename van testosteron in hun bloed een gedaanteverwisseling. Gevolg is onder andere dat veel jongens op die leeftijd enorm veel energie hebben en grote hoeveelheden voedsel naar binnen slaan. Grote veranderingen vinden plaats in de binnenkant en buitenkant van hun lichaam. Zij zijn gretig om fysieke inspanningen te leveren als die spannend zijn en uitdagend zijn. Deze leeftijd is ideaal voor het aanleren van ingewikkelde bewegingspatronen in sport, dans, en vakuitoefening. Wat zij nu via sport en spel leren aan sportiviteit, aan samenwerking, aan discipline, aan doorzettingvermogen nemen zij mee in hun volwassenheid. Op deze leeftijd kunnen zij niet zonder hun moeder maar willen toch haar betutteling (zorg)minder. Zeker in de buurt van leeftijdsgenoten. Oudere broers, neven, buurjongens en vaders zijn op deze leeftijd onmisbaar. Zij zijn een baken hoe het zou kunnen zijn als zij door de puberteit heen zijn. Een vader die zijn eigen jeugd herinnert en weet wat hij toen voelde kan veel voor zijn zoon betekenen. Dat geldt zeker voor opa's. Internet en gaming zijn prachtige middelen voor hen om zich te vermaken en verpozen. Ze leren er van alles. Maar het is geen vervanging voor de fysieke (leer)ervaringen. Om te kunnen concurreren dienen Vaders en opa's slim en creatief te zijn. Zij kunnen regelmatig iets leuks en spannends met hen gaan doen als ze niet op sport zitten. Naar pretparken of kermisattracties gaan is prima maar buiten zijn en simpel kamperen is beter. Een hut of een brug bouwen vinden ze prachtig als ze daar eenmaal zijn. Jongens kunnen zich moeilijk voorstellen hoe leuk en belangrijk nieuwe ervaringen voor hen zijn. je moet hen soms ´meenemen´. Wanneer (groot)vaders en begeleiders hun eigen plezier laten zien in (voorbereiden van) avonturen wordt hun weerstand om ´iets stoms´ te gaan doen meestal overwonnen. Het hoeven niet altijd dure of ingewikkelde dingen te zijn. Wel moet er spanning en rivaliteit is zitten zoals samen iets aan acrobatiek doen, van de hoge duikplank leren springen en duiken, een wheelie leren doen op je fiets. Abzeilen, afdalen in een grot of een wand beklimmen is meestal ook een succes. Al deze aciviteiten roepen stress en angst en dat is niet toevallig. Jongens voelen door hun hogere testosteronspiegel dan meisjes minder gauw angst en zoeken daarom vaker fysieke grenzen op. Dat levert hen een kick op. Zij hebben ´behoefte aan gevaar´. Als er geen land met hun te bezeilen is helpt lichamelijke activiteit bijna altijd als uitlaatklep. Een juiste omgeving waar zij zich geaccepteerd voelen is wel een voorwaarde v oor dit allles. Let als ouders of begeleders goed op of dit ook het geval is op school, op sort en andere activiteiten. Want jongens zeggen dat lang niet altijd en laten dat ook niet direct merken. |